Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.4

Artikel 7.4

Onderdeel van Waterregeling· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

Voor de berekening van de frequentie van meting, bemonstering en analyse, bedoeld in artikel 7.5, eerste en tweede lid, van de Waterwet wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: waarbij: n = het berekende aantal meetdagen tso = toelaatbare statische onnauwkeurigheid = 35/e ^0,000175*VeO, waarbij VeO = vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik in een jaar van de in de oppervlaktelichamen geloosde stoffen. N = het aantal dagen per jaar dat stoffen in oppervlaktewaterlichamen worden geloosd; σ = spreidingspercentage in de meetwaarden, uitgedrukt ten opzichte van het gemiddelde van de hoeveelheden zuurstofverbruik van de geloosde stoffen in de etmalen waarop gedurende het heffingsjaar onderzoek heeft plaatsgehad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel