**1.** Bij de beoordeling van de projectplannen zoals genoemd in artikel 1 onder a zal gekeken worden of:
bij de gekozen lesmethodes en –locaties rekening wordt gehouden met de sociaal-maatschappelijke context van de doelgroep en of deze nauw aansluiten bij de belevingswereld en omgeving van kinderen in het algemeen; en
sprake is van samenwerking met de lokale infrastructuur zoals culturele instellingen, centra voor de kunsten, amateurkunstverenigingen, wijkgebouwen of welzijnswerk; en
het project een gedegen artistieke en/of inhoudelijke invulling heeft, een haalbaar organisatorisch plan kent en voorzien is van een redelijke begroting en een doordachte en realistische doelgroepbenadering. Daarnaast moeten de aanvraag en de betrokken instelling(en) het vertrouwen wekken dat het eindresultaat succesrijk zal zijn.
**2.** Bij de beoordeling van de projectplannen zoals genoemd in artikel 1 onder b zal gekeken worden of:
het project een aanzienlijke en specifieke bijdrage levert aan kennisvermeerdering, kennisverspreiding, reflectie, promotie en debat over actieve muziekeducatie aan kinderen in het primair onderwijs; en
het project een relevante aanvulling vormt op de projecten die onder artikel 1 onder a worden gesubsidieerd; en
het project een gedegen artistieke en/of inhoudelijke invulling heeft, een haalbaar organisatorisch plan kent en voorzien is van een redelijke begroting en een doordachte en realistische doelgroepbenadering. Daarnaast moeten de aanvraag en de betrokken instelling(en) het vertrouwen wekken dat het eindresultaat succesrijk zal zijn.
Artikel 6
Beoordelingscriteria
Onderdeel van ‘Muziek in ieder kind’ regeling van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 24 december 2009