Het gebouw waarin een archiefruimte of archiefbewaarplaats is of wordt gesitueerd, is door zijn locatie, aard en bouwwijze zo goed mogelijk gevrijwaard van risico’s van:
brand;
overstroming; en
vochtindringing door opkomend grond-, regen- of rioolwater, alsmede van elke overige vorm van wateroverlast.
Hoofdstuk 4 › § 2
Artikel 28
Situering
Onderdeel van Archiefregeling· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2010