Archiefstellingen in een archiefruimte of een archiefbewaarplaats worden zodanig geplaatst van
elkaar, van wanden en plafonds alsmede van de overige inrichting, dat steeds voldoende luchtcirculatie mogelijk is ter voorkoming van schimmels of andere micro-organismen;
verlichtingselementen, dat geen voor de archiefbescheiden schadelijke warmteontwikkeling kan plaatsvinden; of
doorvoeringen door scheidingsconstructies, dat eventuele branddoorslag geen direct gevaar voor de archiefbescheiden oplevert.
Hoofdstuk 4 › § 3
Artikel 40
Plaatsing archiefstellingen
Onderdeel van Archiefregeling· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2010