Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Gevolgen met ingang van 1 januari 2006

Onderdeel van Premieheffing, gevolgen arrest Nikula voor de berekening van ziektekostenpremies van dubbelgepensioneerden· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 5 februari 2010

Met ingang van 1 januari 2006 wordt van iemand die onder het Nederlandse stelsel verplicht verzekerd is voor ziektekosten, naast premie AWBZ, een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet geheven. Betrokkene, die verplicht is een zorgverzekering af te sluiten, is daarnaast een nominale premie verschuldigd aan de zorgverzekeraar. Ten slotte voorziet de zorgtoeslag in een tegemoetkoming in de nominale premie voor de zorgverzekering voor iemand met een laag inkomen. Bij de beoordeling of het gezamenlijke bedrag van deze premies en bijdrage hoger is dan het brutobedrag van het Nederlands wettelijk pensioen gelden de volgende uitgangspunten. De premie AWBZ wordt berekend door het premie-inkomen te vermenigvuldigen met het premiepercentage voor de AWBZ en te verminderen met de heffingskorting voor de AWBZ. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet is het resultaat van het bijdrage-inkomen vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bijdragepercentages, rekening houdend met het maximum bijdrage-inkomen. Voor de nominale premie wordt uit praktische overwegingen uitgegaan van de standaardpremie als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag. Deze standaardpremie wordt verminderd met de over dat jaar toegekende zorgtoeslag (in het geval van partners kan worden uitgegaan van de helft van de toegekende zorgtoeslag). In de situatie dat iemand met een beroep op het arrest Nikula in aanmerking komt voor vermindering van wettelijke premies en bijdrage, wordt eerst de premie AWBZ verminderd en als deze vermindering onvoldoende is, vervolgens de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. De vermindering bedraagt maximaal het op nihil vaststellen van zowel de premie AWBZ als de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. X is gehuwd en ontvangt in 2008 een AOW van bruto € 2.000. Daarnaast ontvangt hij een Duits wettelijk pensioen van € 15.000. Het inkomen in box 1 bedraagt € 17.000. De AWBZ-premie bedraagt 12,15% x € 17.000 = € 2.065. Aan heffingskortingen heeft X recht op € 1.456. Het AWBZ-deel van de heffingskortingen bedraagt 12,15/15,7 x € 1.456 = € 1.127. De verschuldigde premie AWBZ is hierdoor € 2.065 -/- € 1.127 = € 938. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw bedraagt 7,2% x 2.000 en 5,1% x 15.000 = € 909. De standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet bedraagt € 1.200. Aan zorgtoeslag heeft X tezamen met zijn echtgenote € 1.044 ontvangen (het inkomen van de echtgenote bedraagt € 10.000). De nominale premie waarvan wordt uitgegaan is per saldo € 1.200 -/- (1/2 x 1.044) = € 678. In totaal is aan ziektekostenpremies en bijdragen € 938 + € 909 + € 678 = € 2.525 geheven. De teruggave van AWBZ-premie bedraagt € 2.525 -/- 2.000 = € 525.

Rechtspraak bij dit artikel