De aanvrager van het praktijkexamen dient bij het uitvoeren van de in artikel 3 genoemde examenonderdelen blijk te geven:
het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op de juiste wijze te bedienen;
op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;
de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen;
de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
het voertuig behoorlijk te beheersen;
onder alle omstandigheden rekening te houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen;
van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie AM· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2010