De onderlinge regeling kan op voorstel van een of meerdere landen met instemming van alle landen worden gewijzigd. De betrokken ministers van de landen evalueren binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze onderlinge regeling de werking van de regeling in de praktijk. De evaluatie kan aanleiding zijn de regeling in onderlinge overstemming te beëindigen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk 14
Artikel 46
Artikel 46
Onderdeel van Onderlinge regeling Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex art. 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van vreemdelingenketen)· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010