Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening PT heffing hoveniersbedrijven 2010· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 14 februari 2010

1. De heffing die de ondernemer is verschuldigd, wordt opgelegd naar de grondslag van de behaalde omzet in het kalenderjaar waarop de heffing betrekking heeft. De heffing is samengesteld uit de in het tweede lid genoemde basisheffing, vermeerderd met de som van het bedrag dat wordt verkregen na toepassing van de in het derde lid genoemde heffingspercentages over de in het derde lid genoemde omzetbedragen. 2. De basisheffing bedraagt € 135,-. bij een omzet niet hoger dan € 3000,- is geen basisheffing verschuldigd. bij een omzet hoger dan € 3000,- maar niet hoger dan € 20.000,- is de halve basisheffing verschuldigd. bij een omzet hoger dan € 20.000,- is de basisheffing verschuldigd. 3. over de omzet hoger dan € 45,500,- maar niet hoger dan € 2.250.000,- is een heffing verschuldigd van 0,031 procent. over de omzet hoger dan € 2.250.000,- maar niet hoger dan € 4.500.000,- is een heffing verschuldigd van 0,02 procent. over de omzet hoger dan € 4.500.000,- is een heffing verschuldigd van 0,01 procent. 4. Indien sprake is van onderaanneming bij een ondernemer als bedoeld in artikel 1, kan de hovenier, die in onderaanneming werk uitvoert, de omzet die hij als onderaannemer heeft gerealiseerd buiten zijn omzet, als genoemd in het eerste tot en met het derde lid, laten. 5. Omzet uit bosbouw kan eveneens buiten de omzet, als genoemd in het eerste tot en met het derde lid, worden gelaten, mits de ondernemer geregistreerd staat bij het Bosschap, en mits de omzet uit bosbouw is gemeld bij het Bosschap.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel