Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010

1. Degene die gevraagd wordt schriftelijk toe te stemmen in het afnemen van bloed ten behoeve van het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, kan zich bij het nemen van zijn beslissing door een raadsman doen bijstaan. De officier van justitie of de rechter-commissaris wijst hem op deze mogelijkheid. 2. Ten behoeve van het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet worden twee buisjes bloed van 4 milliliter bloed afgenomen. Een buisje bloed is bestemd voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet en een buisje bloed is bestemd voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet. De buisjes zijn geen heparinebuisjes. 3. Het bloed wordt afgenomen door een arts of een verpleegkundige. Indien de arts of de verpleegkundige bij de behandeling van de desbetreffende persoon betrokken is of is geweest, neemt hij bij hem geen celmateriaal af, tenzij de persoon daarin schriftelijk toestemt. Door Stb. 2020/125 vernummerd tot art. 4. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (verplichte medewerking aan bloedtest in strafzaken) (Stb. 2009/475) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel