In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de emissiebeperkende maatregelen die in een vergunning voor storting van baggerspecie in winputten kunnen worden voorgeschreven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in maatregelen die ten minste moeten worden voorgeschreven (de zogenaamde basismaatregelen) en optionele, aanvullende maatregelen. Of deze aanvullende maatregelen moeten worden voorgeschreven is met name afhankelijk van de resultaten van het doorlopen van het stappenplan (zie hoofdstuk 3).
In tabel 6.1 is een overzicht opgenomen van zowel basismaatregelen als aanvullende maatregelen die opgenomen kunnen worden in de vergunning. Omdat niet elke maatregel van toepassing is bij elk type winput, is in de tabel aangegeven voor welke type winput (open / halfopen) de maatregel kan worden voorgeschreven.
Maatregelen die te maken hebben met de vultijd en dimensies van de winput zijn niet opgenomen in dit overzicht, omdat er van uitgegaan is dat deze factoren al geoptimaliseerd zijn in stap 2 van het toetsingskader.
Emissiebeperkende/mitigerende maatregelen
Open winput
Halfopen winput
Gebruik van stortkoker met diffusor
X
X
Voorschrijven talud van minimaal 1:X (waar niet gestort wordt) om voldoende overgangszone te hebben (alleen als eerst winput wordt aangelegd)
X
X
De baggerspecie moet tenminste 50 meter van het uitwisselingspunt met het in de winput aanwezige oppervlaktewater worden gestort
X
Tijdens het storten dient het gebruik van de motor geminimaliseerd te worden, na het storten dient de winput met een zo laag mogelijke vaarsnelheid verlaten te worden.
X
X
Een open winput mag niet verder dan 3 meter onder het normale waterbodemniveau worden opgevuld met baggerspecie*
X
Tijdens inundatie mag niet gestort worden in de winput
X
Tijdens hoogwater waarbij de locatie onderdeel uitmaakt van het watersysteem mag niet worden gestort
X
Bij stroomsnelheden groter dan X m/s mag niet worden gestort
X
De baggerspecie zoveel mogelijk bovenstrooms in de winput storten, zodat de bezinking maximaal is
X
X
Het aanbrengen van een drempel onder water om te voorkomen dat de baggerspecie de winput of een deel daarvan verlaat
X
X
Het aanbrengen van een tijdelijke afscherming zoals dammetjes of een damwand om de stroomsnelheid boven de winput te verminderen.
X
Het aantal scheepvaartbewegingen en/of vaarsnelheid dienen aan een vooraf bepaald maximum te voldoen.
X
De locatie en de dimensies van de verbinding met het aangrenzende oppervlaktewater (halfopen winputten bij rivieren) zodanig kiezen dat uitwisseling minimaal is
X
Het voorschrijven van een nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek op de kwaliteit van de toplaag benedenstrooms van de winput, respectievelijk voor en na de vulfase van de winput. Op basis van dit onderzoek dient de toplaag eventueel verwijderd te worden
X
X
Tijdens het zomerseizoen mag niet gestort worden (geldt alleen voor winputten in eutrofiëringgevoelige wateren)
X
X
Voorschrijven van een maximum vulperiode (tijdsperiode), waarna de winput verplicht afgerond en afgedekt moet worden
X
X
Er mag alleen baggerspecie gestort worden afkomstig van een specifieke locatie of een specifiek beheergebied
X
X
Op de randen van de winput wordt een afdichtende laag aangebracht om kwel vanuit het achterland te verminderen
X
X
Bij afronding van de storting zodanige doorstroming creëren (bijv. een meestromende geul), dat dit een gunstige invloed op de natuurwaarden heeft en de risico’s op eutrofiëring beperkt (met als randvoorwaarde dat de afdeklaag gehandhaafd blijft).
X
Inrichting van een slibvang in delen van de winput
X
X
Einddieptes en taludhellingen van (delen van) de winput zodanig inrichten dat zij optimaal zijn voor recreatie, het creëren van gewenste natuurwaarden of het voorkomen van eutrofiëring
X
X
* Daarnaast mag de bovenkant van een winput niet boven de voorgeschreven onderhoudsdiepte uitkomen
Artikel 6
Emissiebeperkende maatregelen voor stortingen in winputten
Onderdeel van Beleidsregels voor lozing op oppervlaktewater door storting van baggerspecie in Wm-vergunningplichtige winputten· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 16 april 2010