**1.** Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen voldaan indien:
de acetyleen las- en snij-installatie, met inbegrip van het leidingsysteem, voldoet aan de desbetreffende regels van het klassenbureau;
de acetyleen- en zuurstofflessen gescheiden staan opgesteld, zich bevinden in een goed geventileerde omgeving en volkomen vet- en olievrij zijn;
de flessen beschermd staan opgesteld buiten de machinekamer en accommodatie, op het hoogste doorgaande dek, zodat in geval van nood de flessen eenvoudig overboord kunnen worden gezet;
de leidingsystemen niet door ongeventileerde ruimten of door bemannings- of passagiersruimten lopen;
de toegangsdeuren, indien nodig, voorzien zijn van waarschuwingen;
de leidingen in een duidelijk herkenbare kleur geverfd zijn: preferent rood voor acetyleen en blauw voor zuurstof;
de acetyleen las- en snij-installatie voorzien is van gebruiksaanwijzingen en veiligheidsvoorzieningen;
de periodieke vervanging van specifieke onderdelen, zoals reduceers en hoge druk slangen, uitgevoerd worden volgens voorschriften van de leverancier.
**2.** In het geval van een acetyleen las- en snij-installatie met meerdere flessen is voorzien in:
een afsluiter met reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
een afsluiter met reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
een manometer voor en na de reduceer aan het einde van de hoge druk verzamelleiding;
een manometer na elke reduceer aan het einde van de lage druk leiding;
een vlamdover direct na de lage druk reduceer voor zowel de zuurstof- als acetyleen slang;
een vlamdover direct na de hoge druk reduceer voor acetyleen.
**3.** Ten aanzien van de opstelling en de inrichting van acetyleen las- en snij-installaties is aan artikel 23, zesde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen eveneens voldaan indien de volgende door het Nederlands Normalisatie-Institutuut te Delft uitgegeven normen zijn toegepast:
NEN-EN 562:2003
Apparatuur voor autogeenlassen – Manometers voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen
NEN-EN 730-1:2002
Apparatuur voor autogeenlassen – Veiligheidsvoorzieningen – Deel 1: Met ingebouwde vlamdover
NEN-EN 730-2:2002
Apparatuur voor autogeenlassen – Veiligheidsvoorzieningen – Deel 2: Zonder ingebouwde vlamdover
NEN-EN-ISO 2503:1998
Apparatuur voor autogeenlassen – Drukregelaars voor gasflessen voor gebruik bij lassen, snijden en verwante processen tot 300 bar
NEN-EN-ISO 14113:1997
Apparatuur voor autogeenlassen – Slangensamenstellen van rubber en kunststof voor gecomprimeerde of vloeibare gassen met een maximale ontwerpdruk van 450 bar
NEN-EN-ISO 14114:1999
Apparatuur voor autogeen lassen – Verdeelsystemen voor acetyleen voor lassen, snijden en verwante processen – Algemene eisen
NEN-ISO 9090:1992
Gasdichtheid van apparatuur voor autogeenlassen en aanverwante processen
NEN-ISO 9539:1992
Materialen voor apparatuur voor autogeenlassen, snijden en aanverwante processen
Artikel 5.3
Opstelling en inrichting van acetyleen las- en snij-installaties
Onderdeel van Beleidsregel veiligheid zeeschepen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 29 juli 2010