Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Verlagen instellingssubsidie

Onderdeel van Beleidsregel verlaging cultuursubsidies· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 maart 2012

1. Artikel 3, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op het gebruikmaken door de minister van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de Awb, indien een ontvanger van een vierjaarlijkse instellingssubsidie de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, van de Rsc niet tijdig indient. 2. In afwijking van artikel 3, aanhef en onderdeel b, bedraagt het daar genoemde percentage voor de toepassing van dit artikel een half procent, dan wel driekwart procent, indien de subsidieontvanger de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, van de Rsc in dezelfde subsidieperiode voor de tweede keer onderscheidenlijk voor de derde keer niet tijdig indient. 3. Voor zover de subsidieontvanger de verantwoordingsbescheiden, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, van de Rsc, tijdig indient en deze onvoldoende zijn voor een beoordeling, past de minister het eerste lid slechts toe nadat hij de subsidieontvanger in de gelegenheid heeft gesteld binnen een door de minister te bepalen termijn de verantwoordingsbescheiden aan te vullen. 4. Indien de minister een termijn als bedoeld in het derde lid heeft gesteld, vangt de eerste periode, bedoeld in artikel 3, de dag na afloop van de gestelde termijn aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel