**1.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur goedkeuren dat ten aanzien van een of meer experimentele programma’s in afwijking van de artikelen 7.30a en 7.30b van de wet aanvullende toelatingseisen gelden. Artikel 4, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur goedkeuren dat in afwijking van artikel 7.43 van de wet een hoger collegegeld ten aanzien van een of meer experimentele programma’s wordt vastgesteld. Artikel 5, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Het afsluitend examen van een goedgekeurd experimenteel programma wordt aangemerkt als het afsluitend examen van de masteropleiding waarbinnen het programma is ingesteld. Op het getuigschrift, bedoeld in artikel 7.11 van de wet, wordt vermeld welk experimenteel programma het betreft.
**4.** De bepalingen van hoofdstuk 7 van de wet, voorzover die betrekking hebben op masteropleidingen, en artikel 9.15, eerste lid, onder h, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een goedgekeurd experimenteel programma.