Naar hoofdinhoud
De strafwetten van de landen van het Koninkrijk zijn toepasselijk op ieder die zich in het Caribisch gebied zoals omschreven in artikel 1, onderdeel j en artikel 39 van het in artikel 1 genoemde Verdrag buiten de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba schuldig maakt aan een van de feiten die de landen overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het op 20 december 1988 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 1990, 94) in hun strafwet hebben strafbaar gesteld, wanneer: het strafbare feit wordt begaan in de aansluitende zone van het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied; het strafbare feit wordt begaan aan boord van een vaartuig zonder nationaliteit of een daarmee gelijk gesteld vaartuig uit hoofde van het internationale recht, dat zich zeewaarts van de territoriale zee van enige staat bevindt; het strafbare feit wordt begaan aan boord van een vaartuig dat de vlag voert van, of de registratiekenmerken of enige andere indicatie van de nationaliteit vertoont van een andere staat die partij is bij het in artikel 1 genoemde Verdrag en dat zich zeewaarts van de territoriale zee van enige staat bevindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel