**1.** Indien een afschrift van een tekening of een ander stuk overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 in papieren vorm in bewaring is genomen, vervaardigt de bewaarder hiervan een duplicaat in elektronische vorm dat hij opslaat in een logische databank van depotbestanden.
**2.** De bewaarder onderzoekt op grond van een door de functioneel beheerder verstrekte rapportage of het duplicaat in elektronische vorm een juiste en volledige weergave is van het in bewaring genomen afschrift in papieren vorm. Indien dat het geval is, vervangt de bewaarder het afschrift in papieren vorm door het duplicaat in elektronische vorm en legt hij dit vast in een verklaring die de vorm heeft van het model dat als bijlage 5 bij deze regeling is gevoegd.
**3.** Nadat het afschrift in papieren vorm is vervangen door het duplicaat in elektronische vorm, zendt de bewaarder het afschrift in papieren vorm terug aan de aanbieder, onder toevoeging van de volgende door hem te ondertekenen verklaring: ‘Ondergetekende, Bewaarder van het kadaster en de openbare registers, verklaart dat deze tekening, na digitalisering, in elektronische vorm in bewaring is genomen onder het depotnummer ..., d.d. ..., de Bewaarder’.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Kadasterbesluit, enz. (Herzieningswet Kadasterwet I en kadastrale aanduiding van kabelnetten) in werking treedt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Hoofdstuk 2 › Titel 2c
Artikel 11p
Artikel 11p
Onderdeel van Kadasterregeling 1994· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 24 november 2006