**1.** De in artikel 52, eerste lid, van de wet bedoelde coördinaatpunten (RD-punten) worden landelijk genummerd. De nummers zijn opgebouwd uit zes cijfers.
**2.** De in het eerste lid bedoelde nummers verwijzen met de eerste drie cijfers naar het blad van de overzichtskaart op schaal 1:50.000, waarbij het derde cijfer verwijst naar het oorspronkelijk westelijk of oostelijk halfblad van de topografische indeling door het cijfer 9 respectievelijk 0.
**3.** Het vierde cijfer geeft de orde van het punt aan. Het volgnummer in de groep wordt aangegeven door de laatste twee cijfers.
**4.** Bij de nummering worden op de laatste drie posities de volgende cijferreeksen gebruikt:
101 tot en met 119 voor de oorspronkelijke eerste orde punten van het primaire driehoeksnet;
201 tot en met 299 voor de RD-punten van de tweede orde;
301 en hoger voor alle overige punten.
Hoofdstuk 3 › Titel 4
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van Kadasterregeling 1994· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 2 augustus 1998