**1.** Indien een stuk als bedoeld in artikel 39, zevende lid, op een gedeelte van een perceel betrekking heeft, wordt aan de aanduiding, bedoeld in artikel 41, toegevoegd: ‘mb.t. gedeelte van perceel’.
**2.** Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in artikel 39, zevende lid, de kadastrale aanduiding wijzigt, wordt de genoemde aanduiding bij de nieuwe gegevens gehandhaafd.
**3.** Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in artikel 39, zevende lid, een stuk wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de rechtstoestand is gewijzigd, wordt de genoemde aanduiding bij de actuele gegevens gehandhaafd, tenzij de aanduiding uitsluitend betrekking heeft op een rechthebbende die blijkens het ingeschreven stuk niet meer in het desbetreffende perceel is gerechtigd.
**4.** De in artikel 41, eerste lid, onder l, bedoelde aanduiding wordt eveneens niet gehandhaafd na de inschrijving van de akte, bedoeld in artikel 17 van de Landinrichtingswet, tenzij uit de ingeschreven ruilverkavelingsovereenkomst blijkt dat ruilverkavelingsrente zal worden geheven. In laatstbedoeld geval blijft de aanduiding gehandhaafd tot het moment waarop de rente is aangetekend.
Treedt in werking op het
tijdstip waarop de Invoeringswet Wet
kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
onroerende zaken in werking
treedt.
Hoofdstuk 4 › Titel 1 › Afdeling 1 › Paragraaf 2
Artikel 42
Artikel 42
Onderdeel van Kadasterregeling 1994· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2007