**1.** De bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent de cultuuraanduiding van gehele percelen, geschiedt op een der onder a tot en met c genoemde wijzen:
indien het inlichtingen betreft die blijken uit ingeschreven stukken; de in de basisregistratie kadaster vermelde cultuuraanduiding wordt vervangen door de in het ingeschreven stuk vermelde cultuuraanduiding, welke bijhouding gelijktijdig plaatsvindt met de in artikel 39 bedoelde bijhouding,
indien het andere dan onder a bedoelde inlichtingen betreft: de n, de basisregistratie kadaster vermelde cultuuraanduiding wordt vervangen door de nieuwe cultuuraanduiding:
indien het waarnemingen betreft: de desbetreffende gegevens worden in de metingstaat vermeld, waarna de bijhouding plaatsvindt door verwerking van de metingstaat in de basisregistratie kadaster.
**2.** De vermelding van de cultuuraanduiding geschiedt overeenkomstig een door de Dienst gehanteerde gestandaardiseerde methode. Tevens vindt codering van de vermelde cultuuraanduidingen plaats.
**3.** Op grond van de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt tevens bij ieder perceel melding gemaakt van de aanduiding ‘bebouwd’ dan wel ‘onbebouwd’.
**4.** De bijhouding van de kadastrale kaarten geschiedt met inachtneming van de artikelen 26 en 79, eerste lid.
Hoofdstuk 4 › Titel 1 › Afdeling 2 › Paragraaf 5
Artikel 87
Artikel 87
Onderdeel van Kadasterregeling 1994· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 19 april 2020