Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Conserverende aanslag die door het overlijden opeisbaar wordt

Onderdeel van Erfbelasting, aftrekposten nalatenschap· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2010

Belastingschulden worden alleen aangemerkt als schuld voor zover zij rechtens afdwingbaar zijn (artikel 20, derde lid, van de Successiewet). Conserverende aanslagen kunnen een belastingschuld zijn als de betaling rechtens afdwingbaar is. Een conserverende aanslag kan door het overlijden opeisbaar worden. De conserverende aanslag is dan in beginsel een schuld voor de erfbelasting. Er is echter geen sprake van een rechtens afdwingbare schuld voor de erfbelasting als het conserverende betalingsuitstel wordt gecontinueerd. Op grond van een fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen is inkomstenbelasting verschuldigd (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet IB 2001). De inkomstenbelasting wordt dan geheven in de vorm van een conserverende aanslag. Voor zo’n conserverende aanslag wordt ten hoogste tien jaar uitstel van betaling verleend (artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990) als aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt voldaan. Het overlijden van degene aan wie een conserverende aanslag is opgelegd is een (fictieve) vervreemding (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001). Het uitstel van betaling wordt dan beëindigd. De belanghebbende (erfgenaam of legataris) kan echter een verzoek doen tot voortzetting van het uitstel (artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990). De conserverende aanslag wordt dan ‘doorgeschoven’ naar de belanghebbende. Er is dan geen aanleiding om de conserverende aanslag als schuld toe te laten. Als de belanghebbende geen verzoek om voortzetting van het uitstel doet, is de conserverende aanslag geen voorwaardelijke schuld meer. Bij de vaststelling van de hoogte van de nalatenschap wordt rekening gehouden met deze schuld. Als de belanghebbende het verzoek om voortzetting van het uitstel doet nadat de aanslag erfbelasting is opgelegd, is dat verzoek een nieuwe of nadere gebeurtenis die een navorderingsmogelijkheid oplevert (artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel