Bij contracten welke worden gesloten op termijnbeurzen ligt het niet in de bedoeling dat de goederen waarop die contracten betrekking hebben, feitelijk zullen worden geleverd. De desbetreffende transacties worden veelal afgewikkeld door verrekening van prijsverschillen.
Gelet op het doel waarmee termijntransacties worden afgesloten kan het aangaan van dergelijke overeenkomsten naar mijn oordeel worden aangemerkt als financiële verrichtingen in de zin van art. 11, lid 1, letter i of j OB. Een uitzondering hierop vormt de situatie dat de termijntransactie leidt tot een feitelijke levering van de op de termijnmarkt verhandelde goederen waar ik hierna op terugkom.
Ingeval een makelaar een bemiddelingsprestatie verricht jegens of een koper van termijncontracten of een verkoper van termijncontracten is sprake van bemiddeling ter zake van een financiële verrichting. Op grond van art. 6, lid 2, onder d, ten achtste OB wordt deze prestatie verricht op de plaats waar degene aan wie de dienst verricht wordt woont of is gevestigd dan wel een vaste inrichting heeft waarvoor de dienst wordt verricht.
De makelaar heeft ter zake van deze bemiddelingsprestatie, gelet op art. 15, leden 1 en 2 OB slechts recht op aftrek van voorbelasting ingeval de afnemer van de prestatie buiten de EU woont of is gevestigd.
Artikel 1
Transacties die niet leiden tot een feitelijke levering van de goederen;
Onderdeel van Heffing van omzetbelasting ten aanzien van opties op termijncontracten (1996)· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 april 1996