Voor de hierna genoemde onderwijssoorten worden de volgende referentieniveaus rekenen, zoals opgenomen in bijlagen 2 en 3 van dit besluit, vastgesteld:
het basisonderwijs, bedoeld in de WPO: de referentieniveaus 1F en 1S;
het speciaal onderwijs, bedoeld in de WEC: de referentieniveaus 1F en 1S;
het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de WVO 2020: het referentieniveau 3F;
het hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de WVO 2020: het referentieniveau 3F;
het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de WVO 2020: het referentieniveau 2F;
het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel d, van de WVO 2020: het referentieniveau 2F;
het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de WVO 2020: het referentieniveau 1F;
de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel a, van de WEB: mbo-rekenniveau 2;
de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel b, van de WEB: mbo-rekenniveau 2;
de vakopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel c, van de WEB: mbo-rekenniveau 3;
de middenkaderopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel d, van de WEB: mbo-rekenniveau 4;
de specialistenopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, onderdeel e, van de WEB: mbo-rekenniveau 4;
de opleidingen Nederlandse taal en rekenen, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b, van de WEB: de referentieniveaus 1F en 2F, en
het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de WEC: het referentieniveau 1F.
Artikel 3
Referentieniveaus rekenen
Onderdeel van Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2022