Een huwelijksgoederengemeenschap kan op verschillende manieren ontstaan. Als echtgenoten trouwen zonder huwelijkse voorwaarden te maken, ontstaat van rechtswege een gemeenschap van goederen volgens de regels van titel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Tot 1 januari 2018 was dit een algehele gemeenschap van goederen waartoe naast het gezamenlijk op te bouwen vermogen ook het voorhuwelijkse vermogen van de echtgenoten behoort. Met ingang van 1 januari 2018 zijn de regels van titel 7 van Boek 1 BW gewijzigd en geldt een nieuwe wettelijke gemeenschap, die beperkter van omvang is2Kamerstukken 33 987.. Zo blijft het voorhuwelijkse vermogen tot het privévermogen van de betreffende echtgenoot behoren. Hetzelfde geldt voor giften en erfrechtelijke makingen waarvoor de schenker of erflater niet expliciet heeft bepaald dat ze in de gemeenschap vallen. Daarentegen behoort vermogen dat voor het huwelijk al gezamenlijk eigendom was wél tot de wettelijke gemeenschap. Deze gemeenschap wordt hierna aangeduid als wettelijke gemeenschap van goederen. De gemeenschap volgens het wettelijke regime tot 1 januari 2018 wordt hierna aangeduid als algehele gemeenschap van goederen.
Echtgenoten kunnen ook een gemeenschap van goederen laten ontstaan door het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Dit kan zowel voor als tijdens het huwelijk. Ook is het mogelijk dat er al een gemeenschap van goederen bestond en dat deze tijdens het huwelijk wordt gewijzigd door huwelijkse voorwaarden op te stellen of te wijzigen.
Daarnaast is het mogelijk dat echtgenoten geen gemeenschap van goederen zijn aangegaan, maar wel in de huwelijkse voorwaarden opnemen dat bij echtscheiding of overlijden hun vermogens verrekend worden alsof een gemeenschap van goederen heeft bestaan. In economische zin levert deze verrekening dan dezelfde situatie op als bij een gemeenschap van goederen.
De wet en jurisprudentie geven niet in alle gevallen duidelijkheid over de gevolgen van het aangaan of wijzigen van een huwelijksgoederengemeenschap voor de schenkbelasting. Hieronder geef ik voor een aantal veel voorkomende gevallen aan dat voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking.
Uitgangspunt voor de toepassing van de Successiewet is dat het aangaan van het huwelijk zonder opstellen van huwelijkse voorwaarden, geen schenking is. Dit betekent dat het van rechtswege ontstaan van een wettelijke gemeenschap van goederen, waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn voor de toepassing van de Successiewet geen schenking is. Dit gold ook voor huwelijken die voor 1 januari 2018 zijn aangegaan onder het toen geldende wettelijke regime, de algehele gemeenschap van goederen.
Echtgenoten kunnen er ook voor kiezen om onder huwelijkse voorwaarden te trouwen of om tijdens het huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden op te stellen of te wijzigen. Hierbij kan sprake zijn van een schenking. Dit is afhankelijk van feiten en omstandigheden. Hieronder zet ik enige mogelijke situaties uiteen, waarbij voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking.
Als echtgenoten tijdens het huwelijk hun huwelijkse voorwaarden wijzigen in een wettelijke gemeenschap van goederen, ontstaat vermogensrechtelijk dezelfde situatie zoals opgenomen in onderdeel 3.1 van dit besluit. Omdat het wettelijke regime van kracht wordt, waarbij beide echtgenoten voor gelijke delen gerechtigdheid zijn in de gemeenschap van goederen, is er voor de toepassing van de Successiewet geen sprake van een schenking.
Zoals in onderdeel 3.1 is aangegeven, is onder het tot 1 januari 2018 geldende wettelijke regime van een algehele gemeenschap van goederen waarin echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn, voor de toepassing van de Successiewet geen sprake van een schenking. Dezelfde vermogenrechtelijke situatie kan vanaf 1 januari 2018 worden bereikt door voorafgaand aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden op te stellen waarbij een algehele gemeenschap van goederen wordt aangegaan, waarin echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn (er wordt dan aangesloten bij het wettelijke regime zoals dat tot en met 31 december 2017 gold). Echtgenoten kunnen ook tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden opstellen of wijzigen waarbij een algehele gemeenschap van goederen ontstaat waarin beide echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Ook in deze gevallen is voor de toepassing van de Successiewet geen sprake van een schenking tussen de echtgenoten.
In plaats van het laten ontstaan van een gemeenschap van goederen kunnen echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden overeenkomen dat ze bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens verrekenen alsof er sprake is van een gemeenschap van goederen. Dit kan voorafgaand aan het huwelijk in de huwelijkse voorwaarden worden overeengekomen. Ook kunnen tijdens het huwelijk de huwelijkse voorwaarden waarin een koude uitsluiting is opgenomen, worden aangevuld met een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding dat werkt bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden. Hierdoor ontstaat bij echtscheiding of overlijden economisch dezelfde situatie als bij het aangaan van een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen.
Ik keur goed dat als echtgenoten een huwelijk aangaan onder huwelijkse voorwaarden waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten en waarbij zij een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding overeenkomen dat hen ertoe verplicht om bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens te verrekenen alsof zij op basis van een gelijke gerechtigdheid gehuwd zijn in wettelijke of algehele gemeenschap van goederen, dit voor de toepassing van de Successiewet niet leidt tot een schenking. Dit geldt ook als echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld waarbij iedere gemeenschap is uitgesloten en zij tijdens het huwelijk alsnog een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding opnemen dat hen ertoe verplicht om bij echtscheiding en overlijden of alleen bij overlijden hun vermogens te verrekenen alsof zij op basis van een gelijke gerechtigdheid gehuwd zijn in een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen.
Het ontstaan van een wettelijke gemeenschap van goederen leidt met ingang van 1 januari 2018 in de meeste gevallen niet tot een directe vermogensverschuiving, omdat het vermogen dat de echtgenoten daarvoor in privé bezaten, privé blijft. Dit kan anders zijn als een goed voor het huwelijk aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorde. Door het ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen gaan dit goed en alle schulden betreffende dit goed tot de ontstane gemeenschap behoren. Dat is bijvoorbeeld het geval als samenwoners gezamenlijk een woning hebben gekocht. Als zij gaan trouwen zonder het maken van huwelijkse voorwaarden omvat de gemeenschap deze woning en de daarop betrekking hebbende schulden. Bij de ontbinding van het huwelijk is dan ieder gerechtigd tot de helft van de woning minus de daarop betrekking hebbende schulden. Deze schulden zijn onder andere de (hypothecaire) schulden die zijn aangegaan voor de aanschaf van de gezamenlijke eigen woning, maar ook bijvoorbeeld de onderlinge schuld tussen de samenwoners die is overeengekomen omdat één van hen tijdens de aanschaf meer eigen vermogen heeft ingelegd.
Mij is bekend dat het gemeenschappelijk worden van deze onderlinge schuld ongewenste effecten kan hebben. Dat komt omdat hierdoor de vordering van degene die het meeste heeft ingelegd per saldo lager wordt. Deze verlaging wordt voorkomen door in de huwelijkse voorwaarden op te nemen dat de gemeenschap van goederen niet de onderlinge schuld omvat. Deze oplossing wordt dan ook in de praktijk geadviseerd. Gebleken is dat er onduidelijkheid bestaat over de mogelijke gevolgen voor de schenkbelasting van een dergelijke bepaling in de huwelijkse voorwaarden. Deze onduidelijkheid wil ik wegnemen voor de veel voorkomende situatie dat twee mensen samen een woning hebben gekocht en daarna een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat. Daarom keur ik, ondanks dat in het geschetste geval wordt afgeweken van het standaard wettelijke huwelijksgoederenregime, onder voorwaarden goed dat in dit geval voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking. Deze goedkeuring geldt zowel bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden voor het aangaan van het huwelijk als tijdens het huwelijk, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt aangegaan waarin de echtgenoten voor gelijke delen gerechtigd zijn. Bij opstellen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk moet gedacht worden aan de situatie dat echtgenoten zijn gehuwd onder koude uitsluiting maar wel gezamenlijk een eigen woning hebben en na 1 januari 2018 hun huwelijkse voorwaarden wijzigen, waarbij een wettelijke gemeenschap van goederen wordt overeengekomen.
Ik keur onder voorwaarden goed dat voor de toepassing van de Successiewet geen sprake is van een schenking als echtgenoten de schuld, die de ene echtgenoot reeds voor het ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen aan de andere echtgenoot had, buiten de wettelijke gemeenschap van goederen houden. Het betreft de schuld die is ontstaan bij aanschaf van de woning en die is overeengekomen omdat de ene echtgenoot meer eigen vermogen heeft ingelegd.
Voor de goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden:
De echtgenoten nemen in de huwelijkse voorwaarden op dat een wettelijke gemeenschap van goederen volgens het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksgoederenregime wordt aangegaan waarin beiden voor gelijke delen gerechtigd zijn.
Er is sprake van een onderlinge schuld tussen de echtgenoten die is ontstaan bij de gezamenlijke aanschaf van de eigen woning en die zonder nadere afspraak tot de wettelijke gemeenschap van goederen zou behoren op grond van artikel 94, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
In de huwelijkse voorwaarden, waarbij een wettelijke gemeenschap is aangegaan, is alleen met betrekking tot bovengenoemde schuld afgeweken van het wettelijke huwelijksgoederenregime.
Het betreft de aanschaf van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Als echtgenoten hun wettelijke gemeenschap van goederen alsnog omzetten in huwelijkse voorwaarden, wijzigt hun vermogenspositie. Een vermogensverschuiving door deze overgang kan een schenking zijn.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat op verzoek geen schenkbelasting wordt geheven als de in wettelijke gemeenschap gehuwden alsnog huwelijkse voorwaarden opmaken in de volgende twee situaties.
Aannemelijk is gemaakt dat die wijziging verband houdt met het herstel van aanspraken van kinderen uit een eerder huwelijk op het vermogen van hun ouder en die aanspraken als gevolg van een huwelijk in wettelijke gemeenschap van goederen onbedoeld verloren zijn gegaan.
Aannemelijk is gemaakt dat op grond van een misverstand voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt. Als binnen drie jaar na het sluiten van het huwelijk alsnog huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt en op dat moment geen sprake is van duurzaam gescheiden leven of echtscheiding, wordt een misverstand verondersteld.
De goedkeuring voor beide situaties geldt als is voldaan aan de volgende voorwaarden.
De huwelijkse voorwaarden worden gemaakt op de voet van Titel 8, afdeling 1 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Iedere gemeenschap wordt uitgesloten.
Na de verdeling zijn de echtgenoten ieder gerechtigd tot hetzelfde vermogen als waartoe zij gerechtigd zouden zijn geweest, indien zij al bij het aangaan van het huwelijk iedere gemeenschap hadden uitgesloten. Het gaat om de gerechtigdheid tot het vermogen, en dus niet om de gerechtigdheid tot de goederen zelf. Door tijdsverloop zal het niet mogelijk zijn of gewenst zijn om elk goed precies toe te delen aan degene die het goed had voor het huwelijk. Ook zullen er nieuwe goederen zijn verworven. Dat vormt geen inbreuk op de goedkeuring. De uiteindelijke uitkomst in vermogenspositie is bepalend.
De huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap zijn afgewikkeld binnen zes maanden na de dagtekening van de goedkeurende beschikking van de Belastingdienst.
Voorheen onderdeel 3.5.
Artikel 3
Ontstaan of wijzigen huwelijksgoederengemeenschap
Onderdeel van Schenk- en erfbelasting, verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner, wijziging huwelijkse voorwaarden, pleegkind· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026