**1.** Als de boordcomputer is ingeschakeld bepaalt de positiebepalingsensor continue de positie van de auto.
**2.** De positiebepalingsensor levert met vaste intervallen de positiegegevens van de auto aan de boordcomputer.
**3.** De positiegegevens, bedoeld in het tweede lid, bevatten ten minste de volgende gegevens:
de coördinaten;
of er een positie bepaald is;
het aantal satellieten op basis waarvan de positie van de auto bepaald is;
de HDOP-waarde uitgedrukt in een getal tussen nul en vijftig;
het tijdstip van de positiebepaling.
**4.** De twee-dimensionale wortel uit het gemiddelde kwadraat van de afstand tussen door de positiebepalingssensor geleverde coördinaten en de werkelijke positie is kleiner dan 10 meter.
**5.** De boordcomputer stelt op basis van de door de positiebepalingsensor geleverde informatie eenmaal per minuut de positie van de auto vast en registreert deze positie.
**6.** De positiegegevens, bedoeld in het vijfde lid worden zodanig opgeslagen dat zij alleen overeenkomstig artikel 23, derde lid, overgebracht kunnen worden.
§ 2 › § 2.1
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2010