Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Meewerkbeloning en tijdsevenredige toepassing

Onderdeel van Inkomstenbelasting, meewerkaftrek, meewerkbeloning· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 januari 2006

De beoordeling of sprake is van een vergoeding van minder dan € 5.000 vindt plaats op basis van de werkelijke vergoeding in een boekjaar. Er vindt dus geen tijdsevenredige berekening plaats naar een volledig kalenderjaar indien sprake is van een kort boekjaar. Voorbeeld Ondernemer A - zijn boekjaar is, behoudens het eerste boekjaar, gelijk aan een kalenderjaar - start per 1 juli 2005 zijn bedrijf, zijn echtgenote werkt mee in de onderneming en krijgt daarvoor een arbeidsbeloning van € 800 per maand. Aangezien de vergoeding in het (boek)jaar 2005 € 4.800 bedraagt en dus lager is dan € 5.000, is deze bij ondernemer A op basis van artikel 3.16, vierde lid, Wet IB 2001 van aftrek uitgesloten en bij zijn echtgenote niet als resultaat uit een werkzaamheid belastbaar op basis van artikel 3.96, onderdeel b, Wet IB 2001. Op (kalender)jaarbasis bedraagt de vergoeding weliswaar meer dan € 5.000 maar dit normbedrag dient niet naar tijdsgelang herrekend te worden. Het voorgaande brengt mee dat voor de toepassing van de meewerkaftrek als bedoeld in artikel 3.78 Wet IB 2001 sprake is van “zonder enige vergoeding” indien van de goedkeuring vermeld in onderdeel 1 van dit besluit gebruik wordt gemaakt. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel