**1.** Als gebieden met beperkingen worden aangewezen de klimgebieden van de vaste valschermspringgebieden die zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze regeling. Deze gebieden gelden als gebieden met beperkingen, gedurende de in bijlage 1 gespecificeerde tijdstippen en voor zover die gebieden in gebruik zijn als klimgebied door een luchtvaartuig ten behoeve van valschermspringen.
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt als gebied met beperkingen aangewezen het klimgebied in het valschermspringgebied cluster Utrecht, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
**3.** IFR-vluchten zijn binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid, toegestaan.
**4.** VFR-vluchten zijn onder de volgende voorwaarden toegestaan binnen de gebieden, bedoeld in het eerste lid:
de betrokken luchtverkeersleidingsdienst is van oordeel dat het aanbod van het luchtverkeer binnen dat deel van het betrokken gebied dat binnen gecontroleerd luchtruim valt, het toelaat;
voor contact met de grond is een tweede radioset aanwezig;
de vlucht wordt uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;
de gezagvoerder van het betrokken luchtvaartuig onderhoudt voortdurend tweezijdig radiocontact met de betrokken luchtverkeersdienst, tenzij anders aangegeven door deze dienst;
de SSR-transponder wordt ingesteld op de code, verkregen van de betrokken luchtverkeersleidingsdienst, en
indien de radioverbinding tussen het luchtvaartuig en de luchtverkeersdienst is verbroken:
worden geen valschermsprongen uitgevoerd;
wordt de transpondercode 7600 ingesteld, en
wordt gedurende 3 minuten de op dat moment gevlogen hoogte gehandhaafd, waarna wordt teruggekeerd naar het luchtvaartterrein van vertrek.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Regeling valschermspringen 2010· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 7 november 2015