Naar hoofdinhoud
Tot de overheidswerknemers sector Rijk behoort het personeel van de ministeries (uitgezonderd Defensie, maar inclusief de Dienst Buitenlandse Zaken), het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin. Uit informatie verkregen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Afdeling Arbeidsvoorwaarden en Sociaal Beleid, over vorenbedoelde overheidswerknemers is mij onder meer gebleken: dat de arbeidsongeschikte overheidswerknemer met een WAO-uitkering (wettelijk deel) aanspraak kan maken op de doorbetaling van (een deel van) zijn/haar salaris gedurende de eerste 24 maanden van zijn/haar ziekte, indien zijn/haar dienstverband nog niet is verbroken; dat de gewezen arbeidsongeschikte overheidswerknemer met een WAO-uitkering (wettelijk deel) aanspraak kan maken op een bovenwettelijk invaliditeitspensioen (IP). Het bovenwettelijk invaliditeitspensioen is een aanvulling van de WAO-uitkering tot 65% van het laatstgenoten salaris (bij volledige arbeidsongeschiktheid). Aanvulling tot 70% van het laatstgenoten salaris (bij volledige arbeidsongeschiktheid) vindt plaats indien de betrokken overheidswerknemer hiervoor gekozen heeft en in verband hiermede een hoger bijdrageverhaal (1998: 0,5%) heeft betaald; dat de gewezen arbeidsongeschikte overheidswerknemer met een WAO-uitkering (wettelijk deel) aanspraak kan maken op een bovenwettelijk invaliditeitspensioen (IP), eventueel vermeerderd met een herplaatsingstoeslag (HPT); dat de gewezen gedeeltelijk arbeidsongeschikte overheidswerknemer met een eventuele WAO-uitkering (wettelijk deel) aanspraak kan maken op een suppletieuitkering (SU) ingevolge de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, indien hij/zij voor het arbeidsgeschikte onderdeel werkloos is; dat voor overheidswerknemers die in het genot waren van een WAO-conforme uitkering die uitkering met ingang van 1 januari 1998 is omgezet in een WAO-uitkering, welke niet zoals de WAO-conforme uitkering op het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP berust maar op de WAO. De WAO-uitkering berust op de WAO (werknemersverzekeringswet). De gehele of gedeeltelijke doorbetaling van het salaris, de herplaatsingstoeslag en de suppletieuitkering berusten op de ambtelijke rechtspositieregeling (zoals het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA) en de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Rijk, terwijl de uitbetaling van het invaliditeitspensioen berust op het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP (ABP). Ik merk hierbij nog op dat met ingang van 1 januari 1996 het Algemeen burgerlijk pensioenfonds is geprivatiseerd en opgegaan in de Stichting Pensioenfonds ABP. Voorts is per die datum de Algemene burgerlijke pensioenwet (Abp-wet) ingetrokken en zijn de in die wet geregelde pensioenaanspraken van overheidswerknemers opgenomen in het pensioenreglement van het ABP. Voor de overheidswerknemers bestaat de mogelijkheid particulier een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Een voorbeeld daarvan is het door het ABP, samen met de verzekeringsmaatschappij Proteq, ontwikkelde IP-AanvullingsPlan (IPAP). Deze verzekering, die de WAO-uitkering en het bovenwettelijke invaliditeitspensioen aanvult met een bepaald percentage, loopt blijkens een door het ABP uitgegeven brochure in het algemeen via de werkgever. De uit deze verzekering voortvloeiende uitkering berust noch op de WAO, noch op het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. Hoewel deze verzekering slechts door overheidswerknemers kan worden afgesloten en bij ontslag uit de overheidsdienst wordt beëindigd, is niettemin naar mijn mening toch sprake van een particuliere invaliditeitsverzekering omdat het afsluiten van die verzekering op vrijwillige basis geschiedt en geheel los staat van de ambtelijke rechtspositieregeling.

Rechtspraak bij dit artikel