Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 50

Artikel 50

Onderdeel van Wet bescherming persoonsgegevens BES· Privacy

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De commissie kan ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende, een onderzoek instellen naar de wijze waarop ten aanzien van gegevensverwerking toepassing wordt gegeven aan het bepaalde bij of krachtens deze wet. 2. De commissie brengt haar voorlopige bevindingen ter kennis van de verantwoordelijke of de groep van verantwoordelijken die bij het onderzoek zijn betrokken en stelt hen in de gelegenheid hun zienswijze daarop te geven. Houden de voorlopige bevindingen verband met de uitvoering van enige wet, dan brengt de commissie deze tevens ter kennis van Onze Minister die het aangaat. 3. Ingeval van een onderzoek, ingesteld op verzoek van de belanghebbende, doet de commissie aan de belanghebbende mededeling van haar bevindingen, tenzij zodanige mededeling onverenigbaar is met het doel van de gegevensverwerking of de aard van de persoonsgegevens, dan wel gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker, de verantwoordelijke daaronder begrepen, daardoor onevenredig zouden worden geschaad. Indien de commissie mededeling van haar bevindingen achterwege laat, zendt zij de belanghebbende zodanig bericht als haar geraden voorkomt. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel