Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De president van het Hof is bevoegd een rechter die de waardigheid van zijn ambt, zijn ambtsbezigheden of ambtelijke verplichtingen verwaarloost of die zich schuldig maakt aan een overtreding als bedoeld in artikel 32, onder d, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen, de nodige schriftelijke waarschuwingen te geven. 2. Van het mondeling naar voren brengen van de zienswijze, bedoeld in het eerste lid wordt een proces-verbaal opgemaakt dat door de betrokken rechter en door de president, wordt ondertekend. Weigert de rechter het proces-verbaal te ondertekenen, dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Aan de rechter wordt een afschrift van het proces-verbaal verstrekt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel