- **1.** De Raad zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Ministers een jaarplan en een begroting voor het daaropvolgende jaar.
- **2.** De begroting behelst een raming van de baten en lasten, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven met een onderverdeling in de kosten, bedoeld in artikel 35, derde en vierde lid.
- **3.** In het jaarplan worden de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. De Raad onderscheidt de werkzaamheden per land.
- **4.** Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening.
- **5.** Het besluit tot vaststelling van het jaarplan en de begroting behoeft de goedkeuring van Onze Ministers.
- **6.** Onze Ministers zenden het jaarplan naar de vertegenwoordigende organen.
Hoofdstuk 6
Artikel 36 Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving
Onderdeel van Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 36 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon