Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 1

Artikel 29

Artikel 29

Onderdeel van Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie wordt benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen bij besluit van Onze Ministers, gehoord de procureur-generaal en de korpschefs. 2. Op de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie is de wettelijke regeling inzake vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken van het land waarvan hij ingezetene is, van toepassing. Onze Ministers kunnen beslissen dat de wettelijke regeling inzake vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken van een van de andere landen van toepassing is, indien het desbetreffende land geen wettelijke regeling als hiervoor bedoeld heeft. 3. Onze Ministers dragen zorg voor openbaarmaking van de vacature voor de functie van directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie. 4. Het aanstellingsbesluit van de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie bepaalt het land van zijn aanstelling. Op hem zijn de rechtspositieregels van ambtenaren van politie van het land van aanstelling van toepassing. 5. De overige ambtenaren van politie werkzaam via de gemeenschappelijke voorziening politie, worden beschikbaar gesteld door de landen overeenkomstig de daartoe in de raad van ministers van het Koninkrijk gemaakte afspraken. Op hen zijn de rechtspositieregels voor ambtenaren van politie van het land dat hen beschikbaar stelt van toepassing. 6. Onze Ministers maken afspraken over de uitzend- en detacheringsvoorwaarden van ambtenaren van politie die beschikbaar worden gesteld aan de gemeenschappelijke voorziening politie. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treden.

Rechtspraak bij dit artikel