In deze wet wordt verstaan onder:
begroting: begroting, bedoeld in de onderscheiden Staatsregelingen van de landen;
bestuur: raad van ministers van het land Curaçao onderscheidenlijk ministerraad van het land Sint Maarten;
collectieve sector: land Curaçao onderscheidenlijk land Sint Maarten tezamen met de rechtspersonen die met toepassing van artikel 23 als zodanig zijn aangewezen;
college: College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
landen: landen Curaçao en Sint Maarten;
land: land Curaçao of land Sint Maarten;
geconsolideerde schuld: gezamenlijke schulden van de collectieve sector van een land in de vorm van leningen en betalingsachterstanden, met uitzondering van de onderlinge schulden binnen de desbetreffende collectieve sector;
kapitaaluitgaven: uitgaven die ingevolge de geldende definitie van het System of National Accounts van de Verenigde Naties op de kapitaaldienst van de overheidsrekening worden geboekt;
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
rentelast: uitgaven aan rente, toerekenbaar aan een begrotingsjaar, over de geconsolideerde schuld van een land;
rentelastnorm: rentelast die overeenkomt met 5% van de gemiddelde gerealiseerde gezamenlijke inkomsten van de collectieve sector van een land, over de drie jaren voorafgaand aan het jaar waarin de begroting is of wordt ingediend;
Staten: Staten van een land.
Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010