Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22

Bankrekeningen

Onderdeel van Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De besturen dragen er, in overeenstemming met het college, zorg voor: dat het college afschriften ontvangt van de bankrekeningen van het betrokken land; dat het betrokken land een bankrekening heeft bij de centrale bank van Curaçao en van Sint Maarten; dat het betrokken land ten behoeve van het liquiditeitenbeheer een hoofdbankrekening heeft, welke bankrekening bij de centrale bank van Curaçao en van Sint Maarten of bij een commerciële bank kan worden aangehouden; dat creditsaldi op de rekeningen bij commerciële banken dagelijks worden overgeboekt naar de hoofdbankrekening van het betrokken land; dat debetsaldi op de rekeningen bij commerciële banken dagelijks worden aangevuld vanaf de hoofdbankrekening van het betrokken land. 2. Een debetsaldo op de hoofdbankrekening van een land zal, indien nodig, door de Nederlandse staat worden aangevuld via de bankrekening van het land bij de centrale bank van Curaçao en van Sint Maarten. Hierdoor ontstaat een lening van het betrokken land bij de Nederlandse Staat. 3. Het rentepercentage over de lening, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan de Euro Overnight Index Average. 4. De rentevergoeding over deze lening is relevant voor de normen, genoemd in artikel 15. 5. Het college voert in verband met mogelijke toepassing van het tweede lid periodiek overleg met de besturen over het verwachte liquiditeitsverloop. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel