Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 31

Verantwoording in Nederlandse begroting

Onderdeel van Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De uitgaven en ontvangsten samenhangende met het verstrekken van leningen als bedoeld in de artikelen 16 en 22 door de Staat der Nederlanden aan de landen komen ten laste respectievelijk ten gunste van de begroting van Onze Minister. 2. De valutarisico’s samenhangende met het verstrekken van leningen als bedoeld in de artikelen 16 en 22 door de Staat der Nederlanden aan de landen komen ten laste respectievelijk ten gunste van de begroting van Onze Minister. 3. De Staat der Nederlanden saneert de per 31 december 2005 bestaande schulden van de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, met inbegrip van de herfinanciering van die schulden en de financiering van de rente op die schulden, tot het niveau van de voor het jaar 2005 geldende rentelastnorm en de betalingsachterstanden per 31 december 2005. De Staat der Nederlanden neemt de op de datum van inwerkingtreding van deze wet resterende hoofdsom van de in dit lid beschreven te saneren schulden over. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel