Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Taken

Onderdeel van Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De taken van het college zijn, onverminderd de in andere artikelen van deze wet genoemde taken: het toezicht op de toepassing door de landen van de normen, genoemd in artikel 15, bij de uitvoering en de verantwoording van de begroting en bij het betalingsverkeer; het toetsen of de landen voldoen aan de in deze wet vastgelegde voorwaarden voor het aangaan van rentedragende leningen en rentedragende kredieten; het rapporteren aan en adviseren van Onze Ministers van Financiën van de landen, de beide Staten, de besturen en, door tussenkomst van Onze Minister, de raad van ministers van het Koninkrijk; het toezicht op de voortgang van de implementatie van de verbetering van het financieel beheer. 2. Het college zendt eens per half jaar door tussenkomst van Onze Minister een schriftelijk verslag over zijn werkzaamheden aan de raad van ministers van het Koninkrijk en aan de besturen, de beide Kamers der Staten-Generaal, en de beide Staten. 3. Het college verstrekt desgevraagd inlichtingen over zijn werkzaamheden aan Onze Minister, aan Onze Minister van Financiën van Nederland en aan de besturen. 4. Onze Minister kan, na instemming van de raad van ministers van het Koninkrijk, die handelt in overeenstemming met de besturen, beleidsregels vaststellen en algemene en bijzondere aanwijzingen geven ten aanzien van de uitoefening van de in deze wet aan het college toegekende taken en bevoegdheden. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel