Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

De benoeming en het ontslag van de leden van de voortgangscommissie

Onderdeel van Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Sint Maarten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026

1. De voorzitter en de andere leden worden benoemd op grond van deskundigheid en ervaring op het gebied van overheidsorganisaties. 2. De raad van ministers van het Koninkrijk beslist over de benoeming van de voorzitter en de andere leden volgens de volgende procedure: een lid in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Land op aanbeveling van Onze Minister-President van het Land; een lid in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van Nederland op aanbeveling van Onze Minister-President van Nederland, en een lid, tevens voorzitter, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers van het Land en met het gevoelen van de raad van ministers van Nederland. 3. De benoeming geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. 4. De leden worden benoemd voor de periode gedurende welke dit besluit van kracht is. Indien de periode gedurende welke dit besluit van kracht is bij koninklijk besluit op grond van artikel 42 wordt verlengd, wordt de benoeming van rechtswege verlengd voor de duur van de verlenging. 5. Een lid wordt op eigen verzoek ontslagen. 6. Een lid wordt ontslagen wegens het aanvaarden van een ambt, betrekking of functie als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Voorts kan een lid worden geschorst of ontslagen wegens ongeschiktheid voor de vervulde functie, dan wel wegens andere zwaarwegende in zijn persoon gelegen redenen, dan wel wegens het aanvaarden van een nevenfunctie of andere betrekking als bedoeld in artikel 5, tweede lid. 7. De raad van ministers van het Koninkrijk beslist over schorsing en ontslag met overeenkomstige toepassing van de procedure van het tweede lid. Schorsing en ontslag geschiedt bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. 8. Voorafgaande aan een ontslag of een schorsing wordt de voortgangscommissie gehoord, tenzij de omstandigheden met betrekking tot het ontslag of de schorsing dat belemmeren. 9. Onze Minister stelt de vaste vergoeding van de leden van de voortgangscommissie vast. Hierbij wordt de toepasselijke salarisschaal van de CAO Rijk en de toepasselijke deeltijdfactor aangegeven. De leden hebben voorts overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland recht op vergoeding van reis- en verblijfskosten. Daarnaast hebben de leden op declaratiebasis recht op vergoeding van kosten van internationale telefoongesprekken die zij maken in het kader van de werkzaamheden voor de voortgangscommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel