Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 40

Verzoek om voorlopige voorziening

Onderdeel van Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Sint Maarten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Indien op grond van artikel 39, tegen een besluit beroep is ingesteld, kan een daartoe door de Vice-President aangewezen staatsraad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 2. Een verzoek om voorlopige voorziening kan worden gedaan door Onze Minister van het Land die het beroep instelde. 3. De artikelen 32 tot en met 35 van de Wet op de Raad van State zijn van overeenkomstige toepassing. 4. De artikelen 6:5, 6:6, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21, 8:68, 8:72, vijfde lid, 8:83, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. 5. De staatsraad, bedoeld in het eerste lid, doet zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling uitspraak. 6. De uitspraak strekt tot: onbevoegdheid van de staatsraad, bedoeld in het eerste lid, niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek, afwijzing van het verzoek, of gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek. 7. De staatsraad, bedoeld in het eerste lid, kan de voorlopige voorziening, op verzoek en ambtshalve, opheffen of wijzigen, nadat hij partijen heeft gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. De artikelen 6:4, derde lid, 6:5, 6:6, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21, 8:83 eerste,derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. 8. De voorlopige voorziening vervalt, zodra door Ons is beslist, voor zover daarvoor in Ons besluit geen ander tijdstip is aangegeven. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel