**1.** Een lid van de gezamenlijke rekenkamer is niet tevens:
minister;
staatssecretaris;
lid van de Raad van State;
lid van de Algemene Rekenkamer;
Nationale ombudsman;
substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
Rijksvertegenwoordiger;
lid van een eilandsraad;
gezaghebber;
eilandgedeputeerde;
lid van het kiescollege;
gezamenlijke ombudsman of lid van de gezamenlijke ombudscommissie;
lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 117 en 118;
ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt;
ambtenaar, door of vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op een openbaar lichaam;
functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het bestuur van een openbaar lichaam van advies dient.
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel m, kan een lid van de gezamenlijke rekenkamer tevens zijn:
ambtenaar van de burgerlijke stand;
vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;
ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.
Hoofdstuk III › Afdeling V
Artikel 99
Artikel 99
Onderdeel van Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018