Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Stuwadoorswet 1946 BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De beslissing omtrent het wel of niet dan wel slechts gedeeltelijk voldaan hebben aan een voorschrift bij en krachtens deze wet gegeven, berust bij Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of de daartoe door hem aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid. 2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de daartoe door hem aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid zijn bevoegd aan de Hoofden of Bestuurders eener stuwadoorsonderneming te bevelen den stuwadoorsarbeid door havenarbeiders onverwijld geheel of ten deele te doen staken, indien zij van oordeel zijn, dat onmiddellijk gevaar bestaat voor personen tengevolge van de niet-naleving van een of meer der voorschriften bij of krachtens deze wet gegeven. Het bevel wordt schriftelijk en gedagteekend gegeven. 3. De Hoofden of Bestuurders eener stuwadoorsonderneming zijn verplicht te zorgen, dat in hunne onderneming onverwijld aan een bevel, als in de voorgaande leden bedoeld, wordt voldaan; voorts te zorgen dat de arbeid niet eerder wordt hervat dan nadat het bevel tot geheele of gedeeltelijke staking in beroep is vernietigd of nadat de ambtenaar, die het bevel gaf, tot de hervatting schriftelijk verlof heeft gegeven. 4. De ambtenaar die het bevel gaf, kan ter uitvoering daarvan de hulp inroepen van den sterken arm. 5. Een beschikking krachtens deze wet van de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gegeven namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel