Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Wet minimumlonen BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Allen, die uit hoofde van hun ambt of beroep betrokken zijn geweest bij de uitvoering van voorschriften, bij of krachtens deze wet gegeven, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun in hun hoedanigheid bekend is geworden, voor zover zij niet uit hoofde van dat ambt of beroep tot mededeling daarvan bevoegd of verplicht zijn. 2. Hij, die opzettelijk de verplichting tot geheimhouding schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de eerste categorie. 3. Hij aan wiens schuld schending van de verplichting tot geheimhouding is te wijten wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de eerste categorie. 4. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven. 5. Geen vervolging heeft plaats dan op klachte van degene, tegen wie het feit is gepleegd, of, indien het tegen een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen is gepleegd, op klachte van de bestuurder, en indien er meer bestuurders zijn, van één dezer. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel