Indien in een bedrijf een geschil is ontstaan, dat tot staking of uitsluiting in dat bedrijf aanleiding geeft of heeft gegeven, dan wel naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan geven, is het gedurende een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen termijn van ten hoogste dertig dagen zowel de werknemer als de werkgever verboden in zodanig bedrijf naar aanleiding van dat geschil het verrichten van arbeid of werkzaamheden, waartoe de werknemers zich uitdrukkelijk hebben verbonden of waartoe zij uit kracht van een overeenkomst verplicht zijn, geheel of gedeeltelijk te staken, te weigeren, na te laten, of zodanige arbeid of werkzaamheden al dan niet voorwaardelijk of al dan niet met inachtneming van een termijn op te zeggen, onverminderd de bevoegdheid tot beëindiging van een dienstbetrekking om een dringende reden als bedoeld in de artikelen 1615p en 1615q van het Burgerlijk Wetboek BES.
Hoofdstuk II › § 1
Artikel 3a
Artikel 3a
Onderdeel van Arbeidsgeschillenwet 1946 BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2012