De in artikel 1 genoemde ambtenaar zal, na voorlezing en bekendmaking aan de adressanten van de inhoud van het verzoekschrift, hun vragen of het hun verlangen is, het verzoekschrift zo bij de bevoegde macht, aan welke het gericht is, in te dienen. Bij bevestigende beantwoording stelt de ambtenaar aan de voet van het verzoekschrift een verklaring, luidende:
«De ondergetekende verklaart, dat voor hem is verschenen een persoon, die volgens zijn/haar verklaring en de verklaring van de getuigen: (naam en voornamen) en (naam en voornamen) is genaamd: (naam en voornamen) wonende in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, die te kennen gaf niet te kunnen schrijven en mitsdien zijn tussenkomst tot het indienen van bovenstaand verzoekschrift verzocht.
........................................................
(eiland)
(datum)
De gezaghebber, eventueel:
namens deze,
(functie)».
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het
Koninkrijk.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010