De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een werkneemster:
geen arbeid verricht binnen vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die is aangegeven in een door de werkneemster aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van bevalling blijkt. Het in de eerste zin bedoelde tijdvak wordt verlengd met het tijdvak, dat verloopt tussen de vermoedelijke datum van de bevalling en de werkelijke datum van de bevalling;
geen arbeid verricht binnen zes weken na haar bevalling.
Hoofdstuk 3A
Artikel 17b
Arbeid in periode rond de bevalling
Onderdeel van Arbeidswet 2000 BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2021