Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Advocatenwet BES· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De stage begint op de dag waarop de stagiaire de uitoefening van de praktijk onder toezicht van de patroon aanvangt, doch niet vóór de dag waarop de stagiaire overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 beëdigd is. De patroon brengt het tijdstip van de aanvang van de stage onverwijld ter kennis van de raad van toezicht. 2. De stage eindigt tussentijds: ambtshalve door een beslissing van de raad van toezicht; na opzegging door de stagiaire, van welke opzegging de patroon onverwijld schriftelijk kennis geeft aan de raad van toezicht; krachtens onderling goedvinden van de patroon en de stagiaire, van welke wijze van beëindiging van de stage de patroon overwijld schriftelijk kennis geeft aan de raad van toezicht; na goedkeuring door de raad van toezicht van een opzegging door de patroon. 3. Van de in het vorige lid onder a en d bedoelde beslissing en de weigering door de raad van toezicht de opzegging door de patroon goed te keuren staat beroep open op de raad van appèl. 4. De in het tweede lid onder d bedoelde goedkeuring wordt alleen geweigerd, indien de opzegging jegens de stagiaire onredelijk is. 5. De Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES is niet van toepassing op een met de stagiaire bestaande arbeidsovereenkomst. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel