Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020

1. Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling: die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en gedurende maximaal 4 aaneengesloten weken in een periode van 13 weken incidentele arbeid verricht uitsluitend bestaande uit: het werkzaam zijn in de huishouding van toeristen, indien deze vreemdeling ook al werkzaam is in de huishouding van de desbetreffende toeristen in het land van herkomst; het monteren of repareren van door zijn buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever geleverde machines of apparatuur, dan wel het installeren en aanpassen van door zijn buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever geleverde software of het instrueren over het gebruik daarvan; het werkzaam zijn als artiest, musicus of beeldend kunstenaar; het werkzaam zijn als accountant, olie-inspecteur, advocaat, bankier of als technicus telecommunicatie in dienst van een werkgever die is gevestigd buiten het openbaar lichaam waar de werkzaamheden worden verricht; het voeren van zakelijke besprekingen; die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen, werkzaam is voor een buiten de openbare lichamen gevestigde werkgever en uitsluitend werkzaamheden verricht op vervoermiddelen in het internationale verkeer; die zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en als lid van de bemanning schepelingendienst verricht aan boord van een zeeschip in de zin van artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van de Scheepvaartverkeerswet, niet zijnde een sleepboot; aan wie op grond van de Wet vestiging bedrijven BES een directievergunning is verleend; die beschikt over een door Onze Minister van Justitie afgegeven verblijfsvergunning die voorzien is van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid; zijn hoofdverblijf heeft buiten de openbare lichamen en als vrijwilliger deelneemt aan arbeid die gebruikelijk onbetaald wordt verricht, geen winstoogmerk heeft en een algemeen maatschappelijk doel dient, met een maximale duur van 12 weken in een periode van 52 weken. 2. Een aantekening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt afgegeven aan een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning op grond van artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel