Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.3

Loonstaat

Onderdeel van Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 6 januari 2014

1. De inhoudingsplichtige legt voor iedere artiest of beroepssporter voor de eerste gageverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij. De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model. 2. De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan: de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring; de door de in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekte opgaaf van zijn burgerservicenummer, of de door de inspecteur verstrekte opgaaf van dat nummer. 3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, aanhef en onderdeel a, vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn: indien hij weet dat de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring onjuiste gegevens bevat; zolang hij niet de laatstelijk uitgereikte gageverklaring ingevuld van de artiest of beroepssporter heeft terugontvangen. 4. Artikel 7.2, tweede, derde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. 5. De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de wet, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Aanpassingswet basisregistratie personen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel