Naar hoofdinhoud

Titel

Artikel 22

Artikel 22

Onderdeel van Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. De bestuurder alsmede degene op wie met betrekking tot een motorrijtuig de verplichting rust tot het sluiten van een verzekering welke voldoet aan de bij en krachtens deze wet gestelde bepalingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie indien aan deze verzekeringsplicht niet is voldaan. 2. Bij veroordeling wegens het strafbare feit, omschreven in het eerste lid, kan de rechter tevens de schuldige de bevoegdheid ontzeggen motorrijtuigen te besturen voor de tijd van ten hoogste één jaar en, ingeval tijdens het plegen van het strafbare feit nog geen vijf jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur, waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling de schuldige de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd, voor de tijd van ten hoogste vijf jaren. 3. Bij veroordeling wegens het strafbare feit, omschreven in het eerste lid, kan de rechter tevens degene die de verplichting tot verzekering niet is nagekomen en de bestuurder de bijkomende straf van storting van een bedrag van ten hoogste USD 1.680,– in het Waarborgfonds Motorverkeer opleggen. 4. De in het vorige lid bedoelde bijkomende straf wordt ten uitvoer gelegd op wijze als voor tenuitvoerlegging van geldboeten is bepaald, met dien verstande dat geen vervangende vrijheidsstraf wordt toegepast. Het openbaar ministerie draagt er zorg voor, dat geïnde bedragen tegen kwijting aan het Waarborgfonds Motorverkeer worden uitgekeerd. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel