**1.** Zij, die uit hoofde van de cheque worden aangesproken, mogen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de cheque desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.
**2.** Indien het endossement de vermelding bevat: «waarde ter incassering», «ter incasso», «in lastgeving» of enige andere vermelding, met zich brengend een blote opdracht tot inning, mag de houder alle uit de cheque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij mag deze niet anders endosseren dan bij wege van lastgeving.
**3.** De chequeschuldenaren mogen in dat geval aan de houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan de endossant zouden mogen worden tegengeworpen.
**4.** De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door de dood of door de latere onbekwaamheid van de lastgever.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
boek Eerste › titel Zesde › afdeling Tweede
Artikel 262
Artikel 262
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010