Naar hoofdinhoud

boek Tweede › titel Derde

Artikel 477

Artikel 477

Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Van het ogenblik, waarop volgens de arbeidsovereenkomst de dienstbetrekking aanvangt, heeft de kapitein zich te houden ter beschikking van de zeewerkgever tot het voeren van het in de overeenkomst aangewezen schip, of, bij stilzwijgen van deze, van een door de zeewerkgever daartoe aangewezen schip, mits dit behoort tot de schepen, welke de zeewerkgever voor de vaart ter zee gebruikt. Is omtrent de aanvang van de dienstbetrekking niets bepaald, dan wordt die voor de toepassing van dit voorschrift geacht samen te vallen met het sluiten van de overeenkomst. 2. De kapitein wordt geacht te zijn aan boord van een schip van de dag, waarop hij zijn taak aan boord op zich neemt, tot de dag, waarop hij daarvan wordt ontheven. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel