De overeenkomst moet, behalve hetgeen elders bij algemene verordening daartoe is voorgeschreven, behelzen:
de naam en de voornamen van de schepeling, de dag van zijn geboorte of zijn leeftijd, en zijn geboorteplaats;
de plaats en de dag van het sluiten van de overeenkomst;
de aanduiding van het schip of de schepen, waarop de schepeling zich verbindt dienst te doen;
de te ondernemen reis of reizen, indien deze reeds vaststaan;
de hoedanigheid, waarin de schepeling in dienst zal treden;
indien mogelijk, de plaats waar en de dag waarop de dienst aan boord aanvangt;
het bepaalde bij artikel 515 nopens het recht op vrije dagen;
de beëindiging van de dienstbetrekking, namelijk:
indien de overeenkomst voor een bepaalde tijd wordt aangegaan, de dag waarop de dienstbetrekking eindigt, met vermelding van de inhoud van artikel 532;
indien de overeenkomst bij de reis wordt aangegaan, de haven overeengekomen voor de beëindiging van de dienstbetrekking, met vermelding van de inhoud van artikel 533, tweede lid, alsmede, indien de haven een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is, van het eerste of van het tweede lid van artikel 534, naar gelang de haven al of niet met name is genoemd;
indien de overeenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, de inhoud van artikel 535, eerste lid.
Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
boek Tweede › titel Vierde › § 2
Artikel 496
Artikel 496
Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010