Naar hoofdinhoud

boek Tweede › titel Vierde › § 2

Artikel 498

Artikel 498

Onderdeel van Wetboek van Koophandel BES· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Een minderjarige is bekwaam als schepeling overeenkomsten aan te gaan, indien hij daartoe door zijn wettelijke vertegenwoordiger, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, is gemachtigd. 2. Een mondelinge machtiging strekt slechts tot het aangaan van een bepaalde overeenkomst. Zij wordt verleend in tegenwoordigheid van de zeewerkgever of van degene, die namens deze handelt. Zij mag niet voorwaardelijk worden verleend. 3. Indien de machtiging schriftelijk is verleend, is de minderjarige verplicht de volmacht ter hand te stellen aan de zeewerkgever, die de minderjarige onverwijld een gewaarmerkt afschrift daarvan doet toekomen en de volmacht bij het einde van de dienstbetrekking aan de minderjarige of diens rechtverkrijgenden teruggeeft. 4. Voor zover zulks niet door het stellen van bepaalde voorwaarden in de machtiging uitdrukkelijk is uitgesloten, staat de minderjarige in alles, wat betrekking heeft op de overeenkomst, door hem ingevolge de verleende machtiging aangegaan, met een meerderjarige gelijk. Echter mag hij niet in rechte verschijnen zonder bijstand van zijn wettelijke vertegenwoordiger, behalve wanneer aan de rechter gebleken is, dat de wettelijke vertegenwoordiger niet bij machte is zich te verklaren. Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.

Rechtspraak bij dit artikel